Seizoenen

Tuinieren door de seizoenen: een jaarkalender

Sanne de Vries · 1 maart 2026 · 7 min

Tuinieren door de seizoenen: een jaarkalender

De tuin volgt haar eigen ritme. Door mee te bewegen met de seizoenen wordt tuinieren minder werk en meer plezier. Wie probeert tegen de natuur in te gaan — in juli nog snoeien, in januari willen zaaien — loopt vooral tegen frustraties aan. Maar wie luistert naar wat het seizoen vraagt, ontdekt dat een tuin eigenlijk vrij weinig hulp nodig heeft.

In dit artikel doorlopen we het hele jaar, met per seizoen de belangrijkste taken én de momenten om vooral níets te doen. Want rust is ook een vorm van tuinieren.

Lente (maart - mei) Dit is het seizoen van actie. Snoeien, bemesten, voorzaaien op de vensterbank, vaste planten verdelen. Plant zomerbloeiers en bereid je moestuin voor. Maart is voor het grote opruimwerk, april voor het plantwerk, mei voor het bijhouden.

Let op nachtvorst: pas na de IJsheiligen (medio mei) zijn vorstgevoelige planten écht veilig buiten. Tot die tijd: bij twijfel een doek over je jonge planten heen.

Zomer (juni - augustus) Onderhouden, water geven, oogsten. Snoei uitgebloeide bloemen weg voor nieuwe bloei — dit heet 'deadheading' en zorgt ervoor dat veel planten een tweede ronde geven. Geniet van de avonden buiten en plan je tuin niet vol met klussen; dit is het seizoen om te zíjn in je tuin, niet alleen om eraan te werken.

Geef in droge perioden diep water, niet vaak. Een goede mulchlaag van houtsnippers of grasmaaisel houdt de grond koel en vochtig.

Herfst (september - november) Bollen planten voor het volgende voorjaar — tulpen, narcissen, krokussen. Bladeren opharken (maar laat een hoek liggen voor egels en insecten). Compostbak vullen met al het afgestorven plantmateriaal. Verplant heesters en bomen op een bewolkte, vochtige dag.

Snoei in deze periode niet meer aan zomerbloeiers — de scheuten die nu groeien, dragen volgend jaar je bloemen.

Winter (december - februari) Rust. Plan je nieuwe seizoen. Bestel zaadcatalogi en droom van wat komen gaat. Snoei vruchtbomen op een vorstvrije dag — appels en peren laten zich juist in januari en februari het beste snoeien.

Voer de vogels. Een mezenbol, wat zonnebloempitten of een appel op een takje maken een groot verschil voor overwinterende vogels. En vergeet niet: een tuin in winterrust is geen lelijke tuin. Rijp op verdorde grassen, kale takken tegen een grijze lucht — er zit een eigen schoonheid in.

Iedere seizoen heeft zijn schoonheid — ook de winter, met zijn rijp en kale takken. Wie alleen de zomer waardeert, mist drie kwart van het jaar.

De grootste les Tuinieren leert je geduld. Niet alles bloeit gelijktijdig, en dat hoeft ook niet. Geniet van wat er is, op het moment dat het er is. En als iets niet lukt? Volgend jaar krijg je een nieuwe kans. Geen enkel ander hobby is zo vergevingsgezind als deze.